25.
Zoo gaan zij voort; tot fluks de tenten graauwen
Van 't Christenkamp, gespannen over 't veld.
O pijnlijk, o afgrijsselijk aanschouwen!
Wat halmen heeft de zicht des Doods geveld!
De Sultan kan zijn droefheid niet weêrhouën:
Zijn kaak verbleekt, zóó voelt hij 't hart bekneld.
Daar liggen nu zijn roemrijke oorlogsvanen
Door 't stof gesleept en met verscheurde banen!