69.
Neen! niet úw lot, maar 't ónze doet ons schreien:
Gezaligd blikt gij neder op uw graf;
Wij voelen 't diep, dat met uw vroom verscheîen
Ons 't edelst deel van onze kracht begaf.
Maar nam de Boô der sombre Doodsvalleien
In U, o Held! een Aardsche hulp ons af,
Nu zijt ge ons tot een Hemelhulp geworden,
Gij, ingelijfde in 's hemels Englenorden!