30.
Maar deze mort: - ‘Langs wat verborgen baan
Doet gij mij hier door nacht en dorens waden?
Mijn vlijmend zwaard, zoo gij het toe wilt staan
Baant elders zich niet één maar duizend paden! ....’
Maar de andre spreekt: - ‘O hart vol sombren waan!
Waartoe zoo trotsch dien kronkelweg te smaden?
Herodes-zelf, op wiens geslepen staal
De glorie blonk, betrad dien menigmaal.