35.
En schoon de dood, zoo plotsling als wreedaardig,
Dit wapen aan zijn eersten Heer ontrukk',
Toch blijve 't tot des Hemels glorie vaardig!
Geen roest verteer' dit edel meesterstuk!
't Blinke in de vuist eens helds, den doode waardig,
Maar langer en met duurzamer geluk!
't Moge overal Gods haatren doen verbleeken,
En schittrend eens den dood uws Meesters wreken!