12.
Maar volgt gij mij, 'k voer zonder slag of stoot
En dwars door heel dien ringelmuur van lansen,
U achter Salems poorten, in den schoot
Der vesting, bij de volle middagglansen.
Dáár wacht een strijd met zwaard en hongersnood,
Die vreugd belooft en rijke lauwerkransen.
Gij zult de Stad verdedigen tot op
Egyptens komst; en - voert uw roem ten top!’ -