53.
En Aladijn treedt hem met open armen
Te moete, en juicht: - ‘Gegroet, mijn vriend! mijn zoon!
'k Vergeet mijn schade en alle krijgsallarmen,
Nu gij daar staat, als keerende uit de doôn!
Gij zult niet slechts mijn rijksgebied berschermen,
In korten tijd herwint ge uw eigen kroon,
Indien we althans des Hemels gunst erlangen! ....’
En juichend houdt hij Solyman omvangen.