96.
De Heiden spoort zijn klepper, om den held
Ten laatsten tot een lijfsgevecht te dwingen.
Des Ridders helm buigt krakende in, en knelt,
En doet het bloed uit beî zijn kaken springen;
Maar onbevreesd weet Reimont zich 't geweld
Van 's vijands arm, die hem omvat, te ontwringen,
En de ijzren vuist, die als een gierenklaauw
Hem grijpen wil, te kloven met één houw.