48.
Gij weet, dat ik Ciliciën bedwong:
Ik deed er reeds de ontplooide kruisvaan spelen;
Als Boudewijn mij sluw op zijde drong,
En de eer en buit der zege wist te ontstelen.
Ik was verschalkt - ervaringloos en jong,
Had ik een Judas in mijn gunst doen deelen!
Voerde ik geen zwaard, dat loon en lauwerblaân
Heroovren kon? En 'k heb het niet gedaan!