27.
Hij, straks zoo tuk op strijd en overwinnen,
Vergeet op eens den trotschen Saraceen.
Hij laat zijn klepper stapvoets gaan: zijn zinnen
Zijn half bedwelmd - hij ziet Klorinde-alleen.
Nu houdt hij als een standbeeld stil, van binnen
Verterend vuur, van buiten marmersteen.
Dus, ademloos en roerloos, blijft hij staren:
Zijn heldenmoed schijnt plotsling weggevaren.