53.
Vorst Dudo is 't. Schoon even onverschrokken
Op 't veld van eer en even hoog van bloed,
Zij hebben hem uit allen voorgetrokken,
Als d' eêlste en wijsste uit hun doorluchten stoet.
Hij draagt, bij 't grijs der zilverwitte lokken,
Den frisschen blos van mannelijken moed:
Hij draagt zijn lof op 't aangezicht geschreven,
In nerf bij nerf, welsprekend nagebleven!