93.
Armide schept, met lachjens of met tranen,
Uit hoop en vrees, een hemel of een hel;
Met ijs en vuur dwingt zij heur onderdanen,
Met meesterhand drijft zij heur listig spel.
En zoekt er een den weg naar 't hart te banen,
Dat roerloos blijft bij aller wee of wel,
Dan veinst zij zich zóó schuw, zóó onervaren,
Of bede en zucht haar bange raadsels waren.