9.
- ‘Wij,’ roept zij uit, ‘wij zwerven door de dorens
Van 't naakte veld, waar buit noch roem meer wacht.
Buljon terwijl ramt met metalen horens
De Vesting krank, die van zijn legermacht
Omcingeld is. Reeds waggelen de torens,
Reeds wankelen de poorten voor zijn kracht!
Straks hooren wij de zegekreten schaatren,
De muren vallen, en de vlammen klaatren!