79.
Zóó bidt de Graaf. Zijn smeekend zielsbegeeren,
Gedragen door de hoop die nooit bedriegt,
Stijgt zwevende op naar de allerhoogste sfeeren,
Gelijk de vlam van zelf naar boven vliegt.
De Vader hoort, en wenkt uit 's hemels heiren
Een Engel, die op gouden vleuglen wiegt;
En geeft hem last, den smeekeling te dekken,
En in triomf aan 's booswichts macht te onttrekken.