26.
Nog was hij op een afstand van de weî,
Waar 't ongeduld strijdhafte' Argant doet beven:
Daar ziet hij op heur ranke hakkenei
De krijgsheldin, het leven van zijn leven!
Heur kleed was blank gelijk de sneeuwen sprei
Der Alpen, haar vizier omhoog geheven.
Juist stond zij op een hoogte in 't helder licht:
Zóó viel zij hem volkomen in 't gezicht.