10.
Verachtlijk moog' ze in andrer oogen zijn,
Ik schat haar meer dan rijkdom of vermogen.
Geen zucht naar geld of vorstlijk hermelijn
Heeft hier nog ooit mijn kalme ziel bewogen.
Klaar water lescht mijn dorst, en geen venijn
Zal immer zich vermengen in mijn togen;
Mijn lammrenkooi, mijn moeshof, altijd frisch,
Verzorgen, kostloos, mijn geringen disch.