71.
Die naam wordt met den vreugdekreet ontfangen:
- ‘Heil U, wien 't lot dus billijk tegenlonkt!’
Een frissche kracht doortintelt Reimonts wangen,
Zijn voorhoofd blinkt - de Grijzaard schijnt verjongd.
Zoo ook verjongt de vale huid der slangen,
Die straks, vernieuwd, als goud in 't zonlicht vonkt.
Maar bovenal weidt Godfried in zijn glorie
Welsprekend uit, en spelt hem de viktorie.