4.
Dat is een taak, die rechtens ú behoort;
Des Meesters loon zal d' arbeid u verzoeten! ....’
Hij grijnst en zwijgt. En op dat enkel woord
Wenscht de andre reeds haar razernij te boeten. - -
Intusschen ijlt de Ridder altijd voort;
Reeds mag hij 't kamp der Christenen begroeten,
Waar hij zich fluks tot d' eersten voorpost wendt:
‘Wie brengt mij naar des Veldheers legertent?’