20.
- ‘Heer, wapen U! Zij nemen onvervaard
Uw voorslag aan. Hoe kunt gij langer dralen?
'k Zag groot en klein strijdgierig saam geschaard,
Belust om 't eerst den lauwer te behalen!
En duizend handen grepen naar het zwaard,
En duizend oogen schoten bliksemstralen....
Een veilig strijdperk wordt U toegestaan.’
Hij spreekt, en reikt den held zijn wapens aan.