78.
- ‘Gij, Isrêls God, die eens in 't Eikendal
Een Goliath met Uw almachten vinger
Omverre stiet in doodelijken val,
Op éénen worp uit Davids herdersslinger!
Zie, schimpend staat op nieuw de Heiden pal:
Verbrijzel Gij den hoogmoed, Albedwinger!
Sla heden door een Grijzaard hem ter neêr,
Gelijk hem eens een Kind versloeg, o Heer! ...’