70.
Niet lang nadien geleidde 't grillig lot
Ook Tankred naar dezelfde gruwelwoning.
Nu toefden wij slechts kort in 't kerkerkot,
Want hoorde ik juist, dan zond Damaskus' Koning
Een bode naar Armines tooverslot,
En dagvaardde ons ter wreede martlaarskrooning.
Ontwapend en met ketens om de leên,
Voerde ons zijn bende naar Egypten heen!