27.
De maar vliegt rond. Verbaasde aanschouwers vloeien
Bijéén. - Olinde is onder hen. Ook hij
Vernam het feit. Zijn bleeke slapen gloeien,
Zijn jagend hart voorspelt hem: ‘Dat is zij!’
En naauwlijks komt de Jonkvrouw in haar boeien,
Beschuldigd en gevonnisd, naderbij,
Naauw ziet hij, hoe de beulen zich vergaâren
Voor 't gruwelampt - daar stort hij door de scharen.