93.
Ach, hoe de last die teedre borst doet jagen!
Hoe bang en traag, hoe wanklend zijn heur schreên!
Heur trouwe gezellinne moet haar schragen,
En gaat als gids al zachtkens voor haar heen.
Maar liefde en hoop beletten haar te klagen,
En gieten kracht in de uitgeputte leên.
Zoo vinden zij welhaast de paarden, werpen
Zich in den zaâl, en doen de sporen snerpen.