4.
Gij ook, Gij kweekt in 't fier Oranjehart
De deugden aan, die Tassoos Held verrukten:
Gij hebt der elementen krijg getart,
Toen U de waatren-zelf den lauwer plukten.
Wee, die Uw God, Uw Volk, Uw Scepter sart!
Gij zijt dier Nassaus een, die nimmer bukten;
Uw staf verbergt een zwaard van dubble sneê:
Één wenk van God, en - 't bliksemt uit de scheê!