50.
'k Zeg dit alléén: de gissing heerscht alom,
Dat Christenen den stouten roof begingen -
Een dwaling is 't! en mijn gedachte klom
Naar hooger hand dan die van stervelingen.
Ismeen, o Vorst, ontwijdde 't Heiligdom
Door d'ijdlen raad dien hij U op dorst dringen:
Geen beeld behoort in Mohammeths moskee,
En 't minst een beeld uit vreemde gruwelsteê!