67.
Maar niettemin grijnst op de ontvlamde kaken
Van wreede' Argant de wraakzucht altijd voort,
Schoon nu geen toorts der Helle hem doet blaken,
Geen geesselslag der Furiën hem spoort!
Hoort, hoe zijn zwaard de maliën doet kraken,
En vlijmend door de dichtste drommen boort!
Het doet de hoogste en laagste kruinen bukken,
't Klooft helden en lafhartigen aan stukken.