56.
Ook Gasko en Rudolfo noemt mijn lied,
Bij 't tweetal Gwys, die voor de glorie branden!
Neem, Eberhard, den lauwer dien ik bied!
Ontfang, Gernier, den palmtak uit mijn handen!
Schoon tellens moê, U toch vergeet ik niet,
Gildippe en Odoardo! Door de banden
Van d' echt vereend, blijft ge in den krijg een paar:
Zoo scheide U ook de dood niet van elkaâr!