91.
En hier en daar heeft hij een bres gestoten,
Zoodat het bloed door 's Heidens wapens leekt.
Zijn eigen dosch bleef overal gesloten:
Geen pluim zelfs uit zijn vederbos ontbreekt.
Nog heeft Argant geen rooden drop vergoten,
Wat felle haat zijn boezem ook ontsteekt.
Hij hakt en houwt, maar weet van geen vermoeien:
Hoe meer hij mist, hoe meer zijn krachten groeien.