13.
God spreekt. En zie! naauw is zijn last gegeven,
Of Gabriël staat tot zijn dienst gereed.
Een menschenvorm, uit dunne lucht geweven,
Omringt den geest, die van geen sterven weet:
Toch speelt een gloed van 't zalig hemelleven
De plooien door van 't aangenomen kleed.
Hij bloost in 't waas der prilste jonglingsjaren,
En stralend licht omkranst zijn blonde hairen.