53.
Zóó staat Argant! en schudt het ruiggehairde
Titanenhoofd. Zijn oog is purperrood;
De bloeddorst dreigt uit iedere gebaarde.
Uit ieder zijner blikken grijnst de dood.
De stoutste, wien geen vijand ooit vervaarde,
Krimpt weg voor hem! Hij heeft het staal ontbloot,
En, of hij reeds zijn vijand zag verschenen,
Houwt hij verwoed door lucht en schaduw henen.