75.
Niets doet de schare in 't moeizaam werk vertragen:
Het scherpe staal maakt rustloos bres bij bres
In 't maagdlijk woud; daar vallen voor de slagen
De heilge palm, de droeve lijkcypres,
De pijn en de els, die zware takken dragen,
De ranke den, de beuk, de sierlijke esch,
En de olmboom, rond wiens gladden stam de wingert
Tot boven toe verliefde ranken slingert.