7.
Hoe 't schuldig plan den Dwingland tegenlachte!
Hij vindt Gods Huis, verdrijft de Priesterschaar
En rukt, in spijt van smeekgebed en klachte,
Het kuische beeld verwaten van 't altaar.
Hij draagt het naar dien Tempel, waar de Almachte
Beleedigd wordt door heidensch plechtgebaar,
Waar straks Ismeen, in Godvergeten woede
De kracht beproeft der helsche wichelroede.