20.
Zóó vechten zij, tot eindlijk 't morgenrood
Den zwarten zoom der Oosterwolken grijzen
En 't nachtfloers, dat de gruwlen van den dood
Zoo lang bedekte, allengskens op doet rijzen.
Daar zien we ons tot een schouwtooneel genood,
Zoo aaklig, dat de ontzetting ons doet ijzen.
De grond is met gesneuvelden bezaaid,
De bloesem van ons leger - weggemaaid!