98.
Toch staat Argant den vreeslijke' aanval door,
Daar eigen zwaarte en 't harnas hem behoeden.
Gelijk een schip, dat mast en roer verloor,
Aan alle kant de hooge zee ziet woeden,
Maar, stevig door gebindte en ribbe en schoor,
En dichtgevoegd, de geeselende vloeden
Den toegang weert, en, nog niet hopeloos,
Daar heendrijft voor d' ontsloten muil des doods: