33.
Of - zweer dat ge al wie ooit voor Christus bogen,
Vervolgen zult tot 's waereld uiterst end!’ -
Oplettend blikt nu Tankred hem in de oogen:
Hij heeft zijn dosch, zijn blik, zijn stem herkend!
't Is Rambout, die, Armide nagetogen,
Om harentwil den naam des Heeren schendt,
En elk die haar gevloekte volgelingen
In handen komt, tot afval zoekt te dwingen.