18.
De ontroering wijkt. Wat wondervolle last!
Wat Afgezant! Wat Zender! Welk een eere!
Zijn hart ontvlamt, en zijn besluit staat vast:
Den krijg hervat! Gods glorie triomfeere!
En heeft hem ook de hooge gunst verrast,
Geen roemzucht smet zijn liefde tot den Heere:
Gods wil ontsteekt zijn wil, gelijk de gloed
Der outervlam de vonk ontspringen doet.