15.
Een Muzulman, moede in deez' kluis te wonen,
Den muffen damp der steden niet gewend,
Wenscht met de wapens in de vuist te toonen
Aan elk die ginds het strijdperk binnenrent.
Dat Aziën zich niet vergeefs laat honen
Door 't Frankiesch rot, dat eer noch godsvrucht kent,
Maar, uit een kloof des afgronds opgedonderd,
Uit bloeddorst moordt en uit begeerte plondert!