51.
Maar durft hier één zoo groote lafheid toonen,
Dat hij zijn Land een mager wingewest
Van vreemden wenscht, ik zal den meineed loonen:
'k Worg op de plek dien vuigen Statenpest!
Eer zullen wolf en lam één kooi bewonen,
Eer heulen duif en slang in 't zelfde nest,
Eer Allahs volk, gekneld in dwanggareelen.
Één bodem met den Christen wilde deelen!’ -