60.
Zij smacht en wacht in stilte, de arme maagd!
Zóó hopeloos bij al haar tegenspoeden,
Dat zij de vlam, die door heur boezem jaagt,
Alleenlijk met de erinnering kan voeden.
Hoe meer zij hem verborgen ommedraagt,
Te feller ook voelt zij den vuurbrand woeden:
Tot Tankreds komst voor Salems poort heur moed
Herleven en heur blosjens keeren doet.