33.
En Aernout, innig aan Gernant verbonden,
Spreekt woorden die de misdaad stijgen doen:
- ‘'t Was Reinout, die, door dolle drift verslonden,
Een moord beging, gekrenkten spijt ten zoen!
Een zwaard, dat slechts voor 's Heeren zaak moest wonden,
Doodde in zijn vuist des Heeren kampioen.
Hij had zich tegen Godfried-zelv' bezondigd,
Door 't schenden van een wet, pas afgekondigd!