72.
Alekto zwaait de walmende ongeltoorts,
En schudt venijn en vuur in ziel en zinnen.
De haat, de wraak, de razernij des moords,
Bestormen de Latijnen, en verwinnen,
En sluipen straks, gelijk een helsche koorts,
Hun tenten uit, en die der Zwitzers binnen,
Die op hun beurt heel 't Britsche Legioen
't Aansteeklijk gif in de aadren branden doen.