10.
Maar zóó geheel zich aan dien arbeid wijdt,
Dat hij vergeet naar eedler doel te streven.
Hij ziet hoe Reinout hunkert naar den strijd,
De ruste moê van 't droomend plantenleven:
Hoe hij geen vorst zijn goud of kroon benijdt,
Door heete zucht naar bloedige eer gedreven:
Hij ziet de vlam, die hem van 't voorhoofd straalt,
Als Welf den roem der heldeneeuw verhaalt.