100.
Het spooksel gaat, en spreekt in aller ijl
Tot Oradijn, den wakkren booghanteerder:
‘Roemruchtige, wiens altijd wissen pijl
De bliksem-zelf eerbiedigt als zijn meerder!
Wee onzer, als Argant bezweek, terwijl
Heel 't Rijk in hem zijn besten rechtverweerder
Begroeten mag! Wee, driemaal wee, als ooit
De vijand met des dappren buit zich tooit!