46.
Gelijk de visch orkaan en zee ontvliedt
Voor kalmer lucht en vriendelijker baren,
En argloos met de golven medeschiet,
Waar zij Comacchioos boezem binnenvaren,
Maar nu op eens zich ingekerkerd ziet
In 't vreemd moeras, dat gantsche waterscharen
Den toegang door zijn trechters openzet,
Maar elke vin den wederkeer belet: