30.
De Oneindige in Zijn blinkend Hemelhof,
Wiens wijzen raad geen Englen zelfs doorgronden,
Die vaak Zijn doel door zwakke middlen trof,
Hij, heeft ons tot uw redding uitgezonden.
Ook wil Hij niet, dat hier in 't bloedig stof
Een lichaam door de wolven word' verslonden,
Dat met de ziel zich op volmaakter wijz'
Herëenen moet in 't zalig Paradijs!