75.
Geen akkerveld, van d' avond tot den morgen,
Dat 's landmans hand niet dorgeblakerd heeft:
Het rijpe graan werd in de vest geborgen,
Lang éér dit heir naar 't Oosten is gestreefd.
Hoe hoopt gij ros en ruiter te verzorgen,
Die ge onbesuisd naar Salems wallen dreeft? ....
Maar, zegt ge, uw Vloot zal 't noodige U doen vinden!
Zoo hangt ge uw lot aan vleugelen der winden?