73.
Maar de andre stem laat zich zoo vleiend hooren.
En voedt den wensch, waarvan heur boezem jaagt:
- ‘Gij zijt toch niet uit een wolvin geboren,
Niet uit een kille steenrots, jonge maagd!
Dat gij de vlam van Amors fakkel smoren
En smaden zoudt wie om uw gunsten vraagt!
Ook is uw borst niet uit metaal gegoten,
Dat gij de bruidskroon van U af zoudt stoten!