20.
't Is Tankred! Och, of ik hem aan mijn voet
Gevangen zag! Niet door den dood gebroken,
Maar levende en vol frisschen levensgloed:
Hoe zoet werd dan mijn lange smart gewroken! ....’
Zoo spreekt zij, maar geen Aladijn vermoedt
Wat meening ze in die weeklacht heeft verstoken,
Die, ondermengd met menig droeve zucht,
En brandend, haar geknelde borst ontvlucht.