66.
Nu veiligt hij voor elken overval
Der Heidenen het kamp van zijn Getrouwen;
Hij laat rondom langs menig diepen wal
Borstweeringen en hooge schansen bouwen:
Men graaft en slaaft en arbeidt overal. -
Hij wenscht nog eens held Dudoos lijk te aanschouwen,
En nadert tot de sombre doodenbaar,
Omgeven van een jammerende schaar.