78.
Zoo ge evenwel 't begeerlijk Vreêverbond
Eens konings smaadt, wiens boden tot U kwamen,
Dan (Heer, vergeef een al te vrijen mond!)
Dan zou uw moed uw wijsheid ver beschamen!
Och, of ge in tijds des hemels wenk verstondt!
Hij-zelf leere U een beter plan beramen!
Dat eindlijk 't Oost ontworstel' aan de roê,
En U de vreê haar vruchten smaken doe!