63.
Waar Reinouts dosch ten toon gesteld is, scharen
De strijders rond den Landgenoot. Hij spreekt,
Daar ieder woord, diep in hun ziel gevaren,
Hunne ergernis verhoogt, hun woede ontsteekt:
- ‘Zal dan een drom tyrannen en barbaren,
Die wetten schendt en heilige eeden breekt.
Nooit zad van bloed en goud, ons onderdrukken,
Ons breidlen, ons in 't slavenjok doen bukken?